Wil je jouw tuin omtoveren tot een waar bijenparadijs? Met een paar slimme keuzes maak je er een plek van waar bijen het hele jaar door welkom zijn. Zie het als een bijen-B&B: een veilige plek om te nestelen én een rijkgevulde tafel vol nectar en stuifmeel.
Een fijn plekje om te blijven
Bijen houden van rust en eenvoud. Sommige soorten nestelen graag in een bijenhotel – die kun je zelf maken of kant-en-klaar aanschaffen (let wel op dat deze écht bijvriendelijk is). Maar wist je dat de meeste wilde bijen liever zelf hun plekje kiezen? Denk aan zonnige, zanderige stukjes grond, rommelhoekjes met oude takken of vermolmde stronken. Laat afgevallen bladeren gerust liggen – daar help je niet alleen bijen, maar ook andere dieren mee. Tip voor het najaar: snoei niet te vroeg. Veel bijensoorten overwinteren in uitgebloeide bloemstengels. Wacht tot het voorjaar, zo geef je ze een veilige schuilplek én geniet je van een mooi winters silhouet in je tuin.
Een goed gevulde tafel
Een bijvriendelijke tuin staat vol met bloeiende planten, van het vroege voorjaar tot laat in de herfst. Zo is er altijd iets te halen voor onze zoemende vrienden. In het voorjaar doen bijen zich tegoed aan planten zoals ooievaarsbek, rododendron en goudenregen. In de zomer zijn juffertje-in-het-groen, phacelia en liguster favoriet. En zelfs in de koudere maanden kun je helpen met bloeiers zoals kerstroos, winterakoniet en sneeuwklokjes. In het najaar zorgen herfstaster, klimop en duizendblad voor een laatste nectarboost.
Lekker voor de bij én voor jezelf
Waarom niet het beste van twee werelden combineren? Met een kruidentuin of moestuin maak je niet alleen jezelf blij, maar ook de bij. Kruiden zoals munt, tijm, rozemarijn, lavendel en kamille zijn echte favorieten. Ook veel groenten bloeien tijdens hun groei, zoals bonen, tomaten en courgettes. Laat af en toe een plant doorschieten en bloeien – bijen zijn dol op de bloemen van bijvoorbeeld sla, radijs en wortel.
Natuurlijk en zonder gif
Kies voor biologische zaden en planten. Die zijn niet behandeld met schadelijke stoffen en dus beter voor bijen én de natuur. Vermijd chemische bestrijdingsmiddelen en ga voor natuurlijke alternatieven waar mogelijk. Met een paar bewuste keuzes maak je al een wereld van verschil. Zo help je de bij – en geniet je zelf van een levendige, bloeiende tuin vol leven.
Wil je zelf iets doen voor de bij? Ga aan de slag met zaadbommetjes! Een kleine moeite, met een groots effect. Want met extra bloemen help je bijen aan nectar en stuifmeel – hun belangrijkste voedselbron, van het vroege voorjaar tot ver in de herfst.
Maak je eigen zaadbommen
Met een paar simpele ingrediënten maak je in een handomdraai jouw eigen bloemrijke boost voor de natuur.
Dit heb je nodig
– Twee handen potgrond
– Twee handen kleipoeder (zoals bentoniet)
– Een klein handje (biologisch) bloemenzaad van wilde planten
– Een emmer of mengbak
– Een lege eierdoos
– Een beetje water
Zo ga je te werk
Meng de potgrond, klei en zaadjes goed door elkaar in een bak. Voeg beetje bij beetje water toe tot er een kneedbaar mengsel ontstaat – niet te nat, maar stevig genoeg om te vormen. Rol er vervolgens kleine bolletjes van, ongeveer zo groot als een pingpongbal. Leg ze in een eierdoos en laat ze een nachtje drogen.
Tijd om te zaaien
Neem je zaadbommetjes mee naar buiten en geef een kale plek een kleurrijke upgrade. Gooi ze op een stukje grond dat wel wat bloemen kan gebruiken – in je tuin, in de buurt of bij de buren. Let op: gebruik ze niet in natuurgebieden, maar juist op plekken waar de natuur een handje hulp kan gebruiken. Voor je het weet, groeien er bloemen waar bijen van smullen – en maak jij de wereld een stukje mooier én zoeter.
Geschikte bloemen voor bijen: groot kaasjeskruid, boekweit, dille, gele mosterd, goudsbloem, groot kaasjeskruid, grote kattenstaart, juffertje-in-het-groen, klaproos, komkommerkruid, korenbloem, koriander, lavendel, phacelia, sint-janskruid, veldsalie, zomeraster, zonnebloem.
Wat goed dat je de bij een handje wilt helpen! Met een bijenhotel geef je onze zoemende vrienden een fijne plek om te nestelen. En het mooie is: zelf maken is makkelijker dan je denkt. Met de juiste aanpak verandert jouw tuin in een waar bijenpaleis.
Een goed begin: de juiste schuilplek
Voor bijen draait alles om kleine holletjes en gaatjes. Daar maken ze hun nest en leggen ze hun eitjes. Door verschillende materialen te combineren, trek je ook verschillende soorten bijen aan. Kies bijvoorbeeld voor bundels van holle stengels zoals bamboe, riet, vlier of braam. Deze kun je zelf verzamelen in de natuur of halen bij een tuincentrum. Daarnaast kun je gaatjes boren in stukken hard hout. Denk aan eik, appel, kers of walnoot. Zorg dat de gaatjes netjes en glad zijn – zonder splinters – zodat bijen zich niet bezeren. Boor ze dwars op de houtnerf en varieer in grootte (ongeveer 3 tot 8 mm), zodat meerdere bijensoorten zich thuis voelen. Belangrijk: de gangetjes moeten aan één kant dicht zijn. Zo voorkom je tocht en creëer je een veilige plek voor de bijen.
Droog, zonnig en beschut
Een goed bijenhotel staat op de juiste plek. Zorg dat het droog blijft door een afdakje of beschutting, bijvoorbeeld in een kistje of onder een dakpan. Plaats het hotel in de zon, het liefst gericht op het zuiden en uit de wind. Bijen houden namelijk van warme, zonnige plekjes om hun nest te bouwen.
Maak je tuin compleet
Een hotel alleen is niet genoeg – ook de omgeving telt. Zorg voor bloeiende planten, losse grond en natuurlijke hoekjes met takken of bladeren. Een beetje ‘rommel’ in de tuin mag best – daar voelen bijen zich juist thuis. Met een paar eenvoudige stappen geef je bijen een veilige plek én help je de natuur een handje. En voor je het weet, zoemt je tuin van het leven.