De smaak van honing wordt voor een belangrijk deel bepaald door de planten waaruit de nectar wordt gewonnen. Omdat er in Noord-Europa weinig gebieden zijn waar specifiek één plantensoort overheerst, haalt de bij meestal nectar uit verschillende planten. Dit noemt men een polyflorale bloemenhoning (uit meerdere bloemen).
Een uitzondering hierop vormt de heidehoning. De heidegebieden zijn zo groot dat de bijen alleen de nectar van heideplanten verzamelen. Hieruit ontstaat een unieke, vrij donkere geleiachtige honing. Dit noemt men een monoflorale honing, honing verzameld van één soort plant. Uiteraard zijn er nog meer soorten monoflorale honing waarvan de meeste soorten hierna zijn genoemd:

Soort

Kleur

Smaak

Gebruik

Klaver

gebroken wit tot geel

Zeer zoete zachte smaak

Op brood en toast, in salades en dressings of gewoon als snoepgoed

Koolzaad

lichtgeel

Als van klaver maar met fris zure nasmaak

Op toast en in de thee

Linde

groengeel

Zachte mint smaak

In sauzen met zachte mint smaak en in de thee

Acacia

Lichtgeel tot kleurloos

Lichte neutrale bloemensmaak

In salades/dressings, warme sauzen, thee of koffie 

Zonnebloem

Geel amber

Zoete zonnige smaak

Op brood, in de thee en warme melk

Sinaasappel

Oranjegeel

Zoete bloemen met toets van sinaasappel

Op brood, in de thee of in salades

Lavendel

Geel tot wit

Unieke bloemen lavendelsmaak

Op brood en in de thee, naar smaak

Tijm

Roodbruin

Kruidig met medicinale nasmaak

Bij verkoudheid eventueel met een beetje warm water en citroen

Eucalyptus

Licht geel

Lichte medicinale of menthol nasmaak

Kastanje

Bruingeel

Mild zoete smaak met toets van drop

In thee koffie of warme melk om eens een keer te proberen

Heide

Roodachtig tot geel

Volle zoete smaak

Met melk en havermout

Manuka

Bruin

Kruidige honing met licht zure nasmaak

Dagelijks een lepel ter verhoging van weerstand

Dennen

Lichtbruin

Karamel smaak vermengd met drop

Op toast en kruidenthee